persoonlijk verslag taalcafé

Vandaag ben ik voor de eerste keer naar het taalcafé geweest. Ondanks dat ik nog erg schor was van een griepaanval, heb ik een amusante bijeenkomst beleefd. Aan het begin nog een beetje schuchter omdat ik bijna niemand kende, werden de gesprekken allengs losser. Sterker nog, het ging soms van de hak op de tak. Eerst hadden we het over carnaval, omdat de Keieschieters de zaal aan het versieren waren voor het klein vastenoavesdbal. Vandaar gingen we over op een gesprek over bier, eenmaal per week bier drinken is goed was de conclusie. Henri Dunant kwam aan de orde omdat dit de naam van de straat is waar veel deelnemers van het taalcafé wonen. Henri was een Zwitser en oprichter van het internationale rode kruis. In veel Arabische landen heb je de rode halve maan, maar in Eritrea heb je allebei omdat er moslims en christenen wonen. Daarna ging het over Italiaanse woorden in het Tigrinya, de taal van Eritrea, omdat het een kolonie van Italië is geweest. We sprongen over op de Nederlandse woorden die voorkomen in het Indonesisch, Surinaams en  Zuid-Afrikaans. Vandaar kwamen we uit op een gesprek over het slavernijverleden en dat we als Nederland niet trots zijn dat we de slavernij hebben uitgevonden. Daarna kwam er weer een wending naar kaartspelen. Welke spellen worden er gespeeld en hoe heten de kleuren in het Nederlands. Ruiten, harten ,klaveren en schoppen waren moeilijk om te onthouden maar het lukte. Er kwamen vast nog meer onderwerpen voorbij maar dit is wat ik me er zo nog van herinner. Het was in elk geval een hele leuke ervaring. Ik heb andere mensen leren kennen en ik heb ze kunnen helpen met Nederlands leren. Het taalcafé is telkens op de eerste zaterdag van de maand en mij zien ze er zeker terug!

 

Geef een reactie